Bieslog - De hopman zingt een liedje
  Klik op de hut voor bezichtiging


  webcam in redactielokaal (werkt niet meer)

 Hoofdredacteur Wim de Bie leest alle reacties - redactie@bieslog.nl

Url = verwijzing naar andere site

beluister = hoorspel, reportage, geluidsact

Video = filmpjes

= bijlagen
De foto's zijn vergrootbaar tot de originele afmetingen.








woensdag 1 augustus 2007 16:24  verstuur

De hopman zingt een liedje

Beeldvergroting: Frans Rolvink (1923 - 2007)
Frans Rolvink (1923 - 2007)
Beeldvergroting: De Biesloghoofdredacteur, piano, met The Woodpeckers, Diligentia, 1954
De Biesloghoofdredacteur, piano, met The Woodpeckers, Diligentia, 1954

Hij was superstreng.
Het padvindersspel moest voor tweehonderd procent volgens de regels gespeeld. Als je je hoed iets te nonchalant op het hoofd had geplaatst, kreeg je een scherpe reprimande. Onze groep - De Rimboejagers, Groep 77, NPV, District Den Haag - moest een voorbeeldfunctie vervullen.
We waren bang voor onze hopman.
De padvinderij was na de oorlog zeer populair en wij vormden in het grote aanbod een elitegroep - Lord Baden Powell zou tevreden over ons zijn geweest. De hopman was zelden tevreden.

Toen vriend Henk, met wie ik veel vroege herinneringen deel, en ik de vijftig al waren gepasseerd, besloten we op een tocht door Den Haag, bij de hopman langs te gaan. We beklommen zijn portiek op de Laan van Eik en Duinen, we zagen op de deur het naambordje F. Rolvink - 'Hij woont er nog!' - en we maakten zo stil en zo snel mogelijk dat we wegkwamen. We waren nog steeds bang voor hem.

Een paar jaar later probeerden we het nog eens. We belden zelfs aan, de hopman deed open en ontving ons hartelijk. Na ruim veertig jaar zagen we hem terug.
'Wat ben ik idioot streng geweest, niet?', was het eerste wat hij zei, 'maar ik was de jongste hopman van Den Haag en ik moest bewijzen dat ik het aankon.'

Frans Rolvink is gedurende decennia (hoofd)onderwijzer geweest en jeugdleider, heeft dus duizenden jongens gekend, maar hij wist feilloos alle namen 'uit onze tijd'. We deden hem zichtbaar plezier door een paar liedjes te zingen die hij zelf had geschreven. Vooral het lied 'Lieve, kleine stewardess, wanneer zeg jij eens yes' uit de revue 'Ziet u ze vliegen?' brachten we uit volle borst tot een goed einde.

Want - en dat was het bijzondere van deze man - die op het oog door en door keurige heer, had een wufte hobby: hij was een grote fan van The Ramblers, het fameuze swing- en jazzorkest van de VARA. Hij bezat alle platen, bezocht al hun concerten en schreef zelf ook swingende liedjes.

Misschien was het daarom dat onze groep gespecialiseerd was in het uitvoeren van een jaarlijkse revue. Daar repeteerden we maanden voor. En die voorstellingen vonden niet plaats in een lullig gymnastiekzaaltje: de hopman kreeg het voor elkaar dat onze programma's in Diligentia werden opgevoerd - de zaal waarin Wim Kan triomfen vierde.
Tussen alle padvindersactiviteiten die op het toneel aan bod kwamen, stond een vast nummer genoteerd: De Hopman Zingt Een Liedje. Met zijn eigen swingende begeleiding aan de vleugel zong hij daar zijn jazzy nummers. Zijn finest moments.

Door die revues stond ik van mijn achtste tot mijn vijftiende jaar op het toneel van vele zalen in het land en kreeg ik de smaak van het optreden voor publiek te pakken.

De laatste jaren onderhield ik nog contact met de hopman. Hij maakte een vereenzaamde indruk. Van de moderne padvinderij, scouting, moest hij niets hebben. Toen het oude spel met zijn strikte regels en precieze uniformen werd versoepeld, was hij, midden jaren zeventig, uit de beweging gestapt.
Als oud-gemeenteraadslid voor de VVD gaf hij blijk bij de tijd te zijn met een nog altijd messcherpe kijk op de maatschappij; een liberaal van de oude stempel die niets ophad met de huidige VVD. Maar je zou ook kunnen zeggen dat hij verbitterd was geraakt.

Een paar maanden terug belde hij me op. Ik hoorde het aan zijn slepende stem: het ging niet goed. Hij had een beroerte gekregen en hij woonde in een verzorgingstehuis.
Daar heb ik hem opgezocht. Ik verraste hem met het fotoboek Honderd Jaar Scouting. 'Het is voorbij', zei hij.
Bij het weggaan stond hij erop me, leunend op een stok, naar de uitgang te begeleiden. Daar wuifde hij me uit.

Een week later overleed hij.